Toetsingsprocedure

  • Iedereen (publiek zichtbaar)

De toetsingsprocedure van de commissie is vastgelegd in een toetsingsprotocol. Daarmee is voor eigenaren van certificatieschema's en voor andere stakeholders duidelijk hoe de commissie te werk gaat.

Versie 1 van het toetsingsprotocol is in juli 2017 door de commissie vastgesteld.

 

Beschrijving van de toetsingsprocedure

Hieronder ziet u de stappen van de toetsingsprocedure. De commissie is bevoegd haar werkwijze op grond van ervaringen bij te stellen.

 

Figuur toetsingsprocedure 

 

  1. Voorafgaand aan het werk van de commissie
    Een schemabeheerder vraagt goedkeuring voor het gebruik van zijn certificatieschema. Een goedgekeurd schema kan gebruikt worden om de duurzaamheid van vaste biomassa voor de SDE+ aan te tonen. Daarbij geeft de schemabeheerder aan voor welke categorieën biomassa en voor welke duurzaamheidseisen hij goedkeuring van het schema vraagt.

    RVO.nl vraagt de schemabeheerder zelf in te schatten in hoeverre het schema aan de eisen voldoet en aan te geven uit welke delen van de schemadocumenten dit blijkt.

    Vervolgens toetst RVO.nl de aanvraag op volledigheid. Daarna beslist de minister van Economische Zaken of hij de commissie een advies laat uitbrengen. Een adviesaanvraag vormt de start van de toetsingsprocedure door de commissie.

  2. Externe inbreng door stakeholders (4 weken)
    Direct nadat de commissie een adviesaanvraag heeft ontvangen, kunnen stakeholders gedurende 4 weken via de website externe inbreng leveren. Zo verzamelt de commissie informatie over de werking van het schema in de praktijk. Meer informatie? Kijk op "Uw inbreng".

  3. Beoordeling (4 weken)
    De beoordeling gebeurt op basis van schemadocumenten en relevante wet- en regelgeving. Voor praktijkervaringen gebruikt de commissie de externe inbreng. Ook auditrapporten kunnen informatie geven over het schema.

  4. Voorlopig oordeel door de commissie (4 weken)
    Op basis van de beoordeling komt de commissie met een voorlopig oordeel over het certificatieschema. Dit oordeel geeft voor alle eisen aan in hoeverre het schema aan de eisen voldoet.

  5. Reacties van schemabeheerder en stakeholders op voorlopig oordeel (6 weken)
    De commissie stuurt het voorlopig oordeel aan de schemabeheerder. Deze krijgt de mogelijkheid om hierop te reageren. Ook kan de commissie om aanvullende informatie vragen.

    Daarna mogen de stakeholders die externe inbreng hebben ingezonden, reageren op de conceptreactie van de commissie op de externe inbreng en op het gedeelte van het voorlopig oordeel dat gaat over de duurzaamheids- en/of beheerseisen waarop de externe inbreng van de stakeholder betrekking heeft.

    De schemabeheerder verstrekt eventueel aanvullende informatie, als de commissie daarom heeft gevraagd.

  6. Advies door de commissie (4 weken)
    Als de schemabeheerder alle informatie heeft aangeleverd, beoordeelt de commissie die. Op basis daarvan en op basis van de reacties op het voorlopig oordeel vormt de commissie een eindoordeel. Eventueel doet zij eerst verder onderzoek. Een veldonderzoek kan hier deel van uitmaken.

    Het eindoordeel beschrijft voor alle afzonderlijke wettelijke eisen in welke mate het schema aan de betreffende eis voldoet. De commissie stuurt dit advies naar de minister van Economische Zaken.